Alle Compassion-projecten wereldwijd worden gerund door lokale medewerkers en vrijwilligers. Zij kennen de kinderen en gezinnen als geen ander. Daardoor weten ze precies welke hulp nodig is. Moses werkt nu zeven jaar in dit project in Katwe. “Ik ben opgegroeid in Kampala en kende deze wijk alleen van de negatieve verhalen. Daardoor maakte ik me wel zorgen toen ik hier ging werken. Maar nu ik de mensen ken, is dat veranderd.”
Ondersteuning op maat
Moses zet zich op het Compassion-project samen met het team in voor de kinderen in de wijk. “We willen kinderen de kans geven om zich gezond te ontwikkelen.” Dat kost tijd en toewijding. Elke projectmedewerker heeft zijn of haar eigen specialisme. Als projectdirecteur leidt Moses het project en stuurt hij het team aan. Zijn collega’s focussen bijvoorbeeld op de fysieke gezondheid of de talentontwikkeling van de kinderen. “We brengen regelmatig in kaart hoe het met ze gaat”, legt Moses uit. “Dan kijken we naar alle gebieden van hun leven: fysiek, cognitief, sociaal-emotioneel en geestelijk. Zo zien we waar een kind staat en waar extra ondersteuning nodig is.”

Een van de deelnemers van dit Compassion-project is Jordan. “Een sociale en enthousiaste jongen die gek is op voetbal. Hij kwam in het project vanwege zijn moeilijke thuissituatie. Hij woont bij zijn oma Prossy. Zij had het heel zwaar en kon nauwelijks rondkomen”, vertelt Moses. Inmiddels is Jordan ruim twee jaar onderdeel van het project. “Hij had moeite met Engels spreken, daarbij hebben we hem geholpen. Ook zie ik dat zijn zelfvertrouwen is gegroeid. Hij durft zijn hand op te steken tijdens een les en staat zelfverzekerder voor de groep.”
Verkeerde rolmodellen
Wie nu met Moses door de straten loopt, merkt niets meer van de zorgen die hij had toen hij in Katwe begon. Hij groet iedereen, staat soms even stil voor een praatje. Aan alles is te zien dat de bewoners veel respect voor hem hebben. “Dit is een van de grootste sloppenwijken van Uganda. Veel mensen werken als dagloner of straatverkoper. Anderen hebben geen werk”, vertelt hij. “Mensen zijn heel druk om geld te verdienen, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Daardoor zijn ouders vaak nauwelijks betrokken bij het leven van hun kinderen.” En dat is niet het enige probleem in deze buurt. “Kinderen zwerven over straat, gaan niet naar school en krijgen te weinig eten. Als het kon, hielpen we ieder kind. Maar dat is helaas niet mogelijk. Ook voor ons als team is dat een zware last.”
Het leven in armoede is moeilijk te doorbreken. Hetzelfde patroon herhaalt zich generatie op generatie. Moses: “Soms vraag ik me af: hoe ziet de toekomst eruit voor de kinderen die hier opgroeien? Ze krijgen thuis geen goed voorbeeld. Stel je voor: een kind groeit op met een vader die steelt of drugs gebruikt. Een moeder die in de prostitutie werkt. Dan leer je dat dat normaal is. Als er niets verandert, maken deze kinderen later de stad onveilig.”

‘We kunnen niet ieder kind helpen. Voor ons als team is dat een zware last’
Impact op het hele gezin
Projectmedewerkers werken nauw samen met ouders en verzorgers. Moses heeft intensief contact met Jordans oma Prossy. “Ik spreek haar regelmatig. We overleggen over wat er nodig is. Ze volgt ook trainingen die we voor ouders organiseren. Bijvoorbeeld over opvoeden en het voorkomen van drugsgebruik. Zo helpen we haar om de kinderen zo goed mogelijk groot te brengen.”
Dat een kind opgenomen is in een project heeft impact op het hele gezin. Moses legt uit: “We kunnen als project niet met alles helpen. Maar als ouders kennis en vaardigheden opdoen, kunnen ze zelf bijdragen aan een stabieler leven voor hun familie. Daarom geven we trainingen over ondernemerschap en sparen. Soms helpen we ouders daarna een eigen bedrijf te starten. Als dat lukt, kunnen ze beter voor hun gezin zorgen. Daar profiteren ook de andere kinderen van.”

‘Deze kinderen kunnen iets teruggeven aan hun gemeenschap’
Hoop op verandering
Moses geniet zichtbaar van zijn werk en het contact met de kinderen. “Het maakt me blij om ze te zien”, vertelt hij. “De kinderen brengen het project tot leven. Soms komen ze bij me langs als ik aan het werk ben op kantoor. Dan vertellen ze hun verhalen, hoe het op school was en hoe het op het project gaat.” Hij ziet de verandering in hun levens van dichtbij. “We bezoeken de kinderen thuis, dus ik weet hoe hun leven er vroeger uitzag. Het maakt me blij als ik ze nu zie lachen en opbloeien.”
Hoewel de omstandigheden uitdagend zijn, kijkt Moses met vertrouwen naar de toekomst. “Mijn hoop is dat kinderen als Jordan opgroeien tot verantwoordelijke volwassenen. Juist omdat ze hier zijn opgegroeid, kunnen ze een voorbeeld worden voor anderen en iets teruggeven aan hun gemeenschap.” Hij ziet steeds vaker hoe dat kan uitpakken. “Kinderen die het moeilijk hadden, studeren nu. Ik ben God dankbaar voor wat Hij in hun leven doet.”
In elk land waar Compassion werkt, leiden lokale medewerkers als Moses de projecten. Zij kennen de kinderen als geen ander. Zien waar gezinnen tegenaan lopen. Begrijpen welke uitdagingen in een gemeenschap spelen. Daardoor kunnen ze gerichte en passende ondersteuning bieden.
Beeld: Andrew Kartende