Deze 700.000 mannen zijn online op zoek naar seks en komen dan al gauw uit op meisjes, maar ook jongens, uit de Filipijnen.

Tijdens een lockdown zijn er meer westerse mannen actief op zoek naar seks online en meer Filipijnse kinderen beschikbaar.

Op de Filipijnen wordt er goed Engels gesproken, de internetverbindingen zijn goed en internetbankieren is er eenvoudig.

Ieder kind heeft behoefte aan aandacht, liefde en bevestiging. Hier spelen traffickers – vaak familieleden of bekenden – op in.

“In het begin was hij lief. Nu kan ik niet meer terug. Hij wacht thuis op me, want er zijn altijd klanten.”
– Cassie (12) over haar pooier

Ouders weten vaak niet hoe schadelijk de seksindustrie voor hun kind is. Vaak waren ze zelf ook ooit slachtoffer. Ze leven vaak niet, maar overleven.

De crisis heeft veel mensen hun baan gekost. Als OSEC geen inkomen biedt, raken veel ouders verstrikt in drugshandel, diefstal of prostitutie.

Ik heb 15 klanten per dag, 7 dagen per week.”
– Lanie (15)

Bronnen: Unicef, UN en FBI