Onveilige omgeving

De plek waar je opgroeit, heeft veel invloed op je kansen voor de toekomst. In de sloppenwijk Katwe wonen zo’n vijfduizend mensen. In kleine huizen, dicht op elkaar. Het open riool stroomt door de buurt. Op straat zwerven kinderen die op school zouden moeten zijn. Op zoek naar plastic flesjes om daar wat geld mee te verdienen. Deze omgeving is niet veilig. Criminaliteit en prostitutie zijn aan de orde van de dag. Vanuit de wijk zie je de skyline van het welvarende deel van Kampala. Het contrast is enorm.

Samen met zijn oma Prossy, ooms, tante, neefjes en nichtjes woont Jordan in een huis in Katwe. Het is vol. Jordan bekijkt het vanuit zijn perspectief: “Ik vind het fijn om met zoveel mensen te wonen. Iedereen kan meehelpen. En als mijn oma ziek is, zijn er mensen om voor haar te zorgen.” Oma Prossy is eigenlijk Jordans overgrootoma. Maar hij noemt haar gewoon oma. Ze zorgt voor meerdere klein- en achterkleinkinderen. Vaak zijn hun eigen ouders niet in staat om voor hen te zorgen. Zo ook in Jordans geval. Zijn vader is niet in beeld en zijn moeder kampt met verschillende problemen, waardoor ze Jordan niet kan opvoeden.

Jordan uit Uganda staat samen met zijn neefjes en nichtjes voor hun huis.
Jordan samen met zijn neefjes en nichtjes.

‘Ik vind het fijn om met zoveel mensen te wonen. Iedereen kan meehelpen’

Voetbal als uitlaatklep

Net als veel jongens van zijn leeftijd voetbalt Jordan graag. Op een open plek vlak bij zijn huis speelt hij elke dag met zijn vrienden. De bal belandt geregeld tussen het afval of in het open riool. Voetbal is meer dan een spel. Het helpt Jordan om zijn zorgen even te vergeten. De liefde voor voetbal ontstond een paar jaar geleden, in een periode waarin het gezin het erg zwaar had. “We hadden elke dag honger. In die tijd begon ik met voetballen. Ik was er niet meteen goed in, maar ik begon het te leren. Als ik voetbalde, vergat ik dat ik honger had.”

Met haar lage inkomen had Jordans oma moeite om voor alle kinderen te zorgen. “Oma zorgde goed voor ons, maar soms zag ik dat het lastig voor haar was”, vertelt Jordan. “Ik ben weleens van school gestuurd, omdat het schoolgeld niet betaald was.”

Jordan uit Uganda neemt een penalty terwijl zijn vrienden toekijken.
Voetbal helpt Jordan om zijn zorgen te vergeten.

Plek in Compassion-project

Als Jordan 9 jaar is, krijgt hij een plek in het Compassion-project van de Full Gospel Church in Katwe. Sindsdien gaat hij elke zaterdag naar het project. “Dat maakt me blij”, vertelt hij enthousiast. “We aanbidden God, krijgen eten en leren allerlei dingen. Ik vind het heel leuk om sieraden te maken. Die verkopen we ook.” Vanuit het Compassion-programma krijgen kinderen aanvullende lessen, passend bij hun leeftijd. Ook leren ze vaardigheden, waarmee ze later een eigen inkomen kunnen verdienen.

Jordan zit met een potlood in zijn hand in de schoolbanken op een Compassion-project in Uganda.
Jordan tijdens een les op het Compassion-project.

Kwetsbaar zonder begeleiding

De lokale projectmedewerkers houden Jordans ontwikkeling nauwgezet in de gaten. Dat is nodig in een wijk als Katwe. Armoede heeft effect op je gedachten, keuzes en toekomstbeeld. Veel tieners in deze buurt verliezen de hoop. Ze zien geen perspectief meer en zoeken houvast in alcohol, drugs of criminaliteit. Ook voor jongens als Jordan is dat een reëel risico. Het is moeilijk om in verandering te geloven als je ziet dat anderen afhaken.

Juist daarom is de begeleiding van de kinderen zo belangrijk. Medewerkers vertellen Jordan dat zijn leven ertoe doet. Dat God een plan met hem heeft. Dat een andere toekomst wél mogelijk is. Op het project zijn positieve rolmodellen en is er ruimte om nieuwe kansen te ontdekken. Het is een veilige plek om tot bloei te komen.

Jordan uit Uganda kijkt lachend in de camera.
Jordan in zijn schooluniform, klaar voor een nieuwe schooldag.

Nieuw toekomstperspectief

In de afgelopen twee jaar is er al veel veranderd in Jordans leven. Het gezin is stabieler: zijn oma kan door trainingen beter voor alle kleinkinderen zorgen. Wat Jordan later wil worden, weet hij nog niet zeker. “Misschien kan ik wel in het Ugandese voetbalelftal spelen”, hoopt hij. “Ik denk nu dat ik dokter wil worden. Dan kan ik mensen helpen die dat nodig hebben.” Gelukkig heeft hij nog genoeg tijd om, met steun van het project, te dromen, te leren en te ontdekken wat bij hem past.

De kerken waarmee Compassion samenwerkt, spelen zoveel mogelijk in op de specifieke behoeften van het kind en zijn omgeving, aangepast aan de lokale cultuur. Daarnaast krijgen alle kinderen die deelnemen aan een Compassion-project, in welk land dan ook, dezelfde basiszorg.


Beeld: Andrew Kartende