'Ik dank God voor de kerk'


Francis groeide met zijn broertjes en zusjes op in een sloppenwijk in Nairobi, Kenia. Zijn vader had het gezin verlaten, zijn moeder probeerde zo goed en zo kwaad als het ging voor haar kinderen te zorgen. Toen zij overleed, was de lokale kerk er om hen te ondersteunen.

“Ik groeide op als een jongen die zich afgewezen voelde en geen liefde ontving. Iedere dag ging ik er vanuit dat ik met honger zou gaan slapen.”

Op zoek naar een baantje

“God zorgde ervoor dat mijn moeder bij de kerk terechtkwam. Ze was op zoek naar een schoonmaakbaantje en vond die op het Compassion-project dat gehost werd door de lokale kerk. Als kind werd ik opgenomen in het project. Ik weet niet waarom, maar ik geloof dat het Gods idee was.

Het voelde als Kerst, om naar een plek te kunnen gaan waar het zo vredig was. Ik ontmoette mensen die van me hielden en me soms zelfs een knuffel gaven! De kerk veranderde mijn perspectief voor het leven. Ik ontdekte dat er geweldige, liefdevolle mensen bestaan. De wereld was niet wat ik altijd had gedacht.”

Niet alleen

“Toen mijn moeder overleed, dachten we dat alles verloren was. Ik keek naar mijn broertjes en zusjes en vroeg me af: ‘Wat gaat er nu met ons gebeuren?’ Mensen uit de kerk kwamen ons opzoeken en lieten ons weten dat we er niet alleen voor stonden.

Ik wilde de God leren kennen deze mensen kenden. Toen ik een jaar of 10 was maakte ik een keuze: ik wilde bij Jezus horen. De kerk is er om Jezus te zijn voor de mensen die Hem nog niet kennen. Ik dank God voor de kerk.”

***